Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim .

Nieuwsbrief dierenartsen   |   8 mrt 2019

Swine Expert Update: Mycoplasma hyopneumoniae in gelten onder veldomstandigheden

Veel infecties volgen de productieketen van het varken. Deze zogenaamde infectieketen bestaat uit de epidemiologische stappen tussen de verschillende productiefases van varkens. Als je deze stappen in beeld brengt, dan heb je daarmee een mogelijke aangrijppunt in de transmissie van die kiem, en die kennis kan gebruikt worden in de totale bedrijfsaanpak.


Beheersen

Om succesvol een ziekte te beheersen, is het nodig om enerzijds de immuniteit te maximaliseren en anderzijds de eventuele kiemoverdracht te minimaliseren. De kennis van waar, wanneer en hoe interventiemaatregelen te nemen is van cruciaal belang, zodat de impact van de ziekte op de gehele productiecyclus zoveel mogelijk wordt beperkt, wat leidt tot betere resultaten. Of het nu gaat om PRRSMycoplasma of Circo.

 

Varkens in stal

 

Transmissie M.hp

Mycoplasma hyopneumoniae (M.hp) veroorzaakt chronische luchtwegproblemen bij vleesvarkens. De transmissie gebeurt voornamelijk door direct contact tussen dieren in dezelfde productiefase. De meeste verspreiding vindt plaats in de vleesvarkensfase (1,2,3) en op Mycoplasma instabiele zeugenbedrijven via verticale transmissie van zeug naar big. Bij dit laatste spelen jonge zeugen en gelten een belangrijke rol. Op het laatste IPVS was er speciale aandacht voor deze groep.

Dr. Cavalio liet zien dat de gelten kunnen zorgen voor een destabilisatie van de bestaande zeugenstapel. En een potentiële infectiebron zijn voor biggen, aangezien gelten vaak het meest recent in contact zijn geweest met deze kiem.

 

Takeuti onderzoek

Onlangs is er door Takeuti (4) gekeken hoe onder veldomstandigheden de M.hp infectiedynamiek bij een groep gelten verliep. Hiervoor werden 44 gelten, van een endemisch M.hp positief bedrijf, vanaf een leeftijd van 20 dagen intensief gevolgd tot het speenmoment van hun 1e worp. De gelten bleven tot dag 63 op het zeugenbedrijf, voor ze naar de opfoklocatie werden gebracht. Daar bleven ze tot levensdag 168, waarna ze weer terug op het zeugenbedrijf kwamen. Rond dag 210 werden ze aangedekt en het afbiggen vond plaats rond dag 324 gevolgd door het spenen 21 dagen later.

Laryngeale swabs voor M.hp detectie door real-time PCR, werden elke 30 dagen verzameld, beginnend op dag 20 en resulterend in 12 bemonsteringen per dier. Biggen geboren uit de gelten werden bemonsterd met laryngale swabs één dag voorafgaand aan het spenen om de transmissie tussen de zeugen en de biggen te evalueren. De M.hp prevalentie werd bepaald op elk van de 12 monsters in gelten.

 

Grafiek 1

Grafiek 1: Prevalentie M.hp in gelten (%) bij elk bemonstering

 

M.hp detectie bij gelten begon op 110 dagen leeftijd en bij 140 dagen leeftijd was er een significante toename (p <0,05). De M.hp prevalentie bleef boven de 20% van 140 tot 230 dagen leeftijd en nam daarna af. Bij elke van de monsternames na dag 110 werd bij minimaal 1 gelt M.hp aangetoond.

Grafiek 2

Grafiek 2: schematische weergave van de 44 bemonsterde gelten met betrekking tot positieve bemonstering voor M.hyopneumoniae (zwart blokje) in de tijd.

 

M.hp infectie

Het M.hp-detectiepatroon toonde aan dat bij natuurlijke infecties, de gelten gedurende één tot drie maanden positief voor M.hp waren (77,2 % van de gelten), en dat af en toe langer M.hp werd aangetoond (1 x 4 bemonsteringen en 1 x 5 bemonsteringen).

Bovendien werd tijdens de gehele studie bij 18,2% van de gelten géén enkele keer M.hp aangetoond wat duidt op het bestaan van negatieve subpopulaties in positieve koppels. In deze studie werd M.hp niet gedetecteerd in biggen die vóór het spenen zijn bemonsterd. Het kan zijn dat uitscheiding van M.hp voornamelijk gebeurt in de acute fase van de infectie en niet kan worden aangetoond in gelten die chronisch geïnfecteerd zijn.

 

Gevolgen voor de praktijk

  • Mycoplasma hyopneumoniae verspreidt zich traag door een koppel, waar ook na een langere periode van blootstelling nog steeds subpopulaties kunnen bestaan. Deze subpopulaties blijven een risico voor het in stand houden van infecties op een positief bedrijf.
  • Individuele dieren kunnen 3 maanden positief blijven voor M.hp, een enkel dier tot 5 bemonsteringen.
  • Het belang van goede én lange quarantaine en adaptatie van gelten voor een zeugenbedrijf wordt maar weer eens onderstreept. Qua lengte hebben we het dan niet over 6 weken maar eerder over minimaal 5 maanden. Deze wordt het beste aangevuld met extra vaccinaties tijdens deze Q&A-periode én enkele weken voor het afbiggen. 

 

Er zitten risico’s aan bijvoorbeeld de aankoop en introductie van dekrijpe gelten in een M.hp positief bedrijf: er is dan meer kans op actieve infecties en M.hp uitscheiding door gelten naar hun biggen juist tijdens die kritieke fase van de big in de kraamstal.

 

Tekst: Nico Wertenbroek, varkensdierenarts bij Boehringer Ingelheim

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, of wilt u zich inschrijven voor de Swine Expert Update en bent u dierenarts, neem dan gerust contact met ons op.

 

Geraadpleegde bronnen:

  1. Wertenbroek, IPVS 2018. Results of oral fluids on Dutch PRDC pig farms: prevalence of respiratory pathogens
  2. Vangroenweghe 2014. Welke kiemen veroorzaken de meeste problemen? Varkensbedrijf 2014 20-22
  3. Wertenbroek, IPVS 2018. Oral fluid results from before, at and after start of respiratory symptoms
  4. Takeuti et al, 2017. Detection of Mycoplasma hyopneumoniae in naturally infected gilts over time. Veterinary Microbiology 203 (2010) 215-220

 

Bekijk ook: