Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim .

Artikelen   |   1 jul 2018

Ronnie Morsink: met groepszogen en kraamstaldiarree vaccinatie alles goed onder controle

Het aantal geboren biggen blijft stijgen bij zeugenhouder Ronnie Morsink in Sint Isidorushoeve. In het kraamhok wil hij maximaal 14 biggen per zeug, maar hij ziet de inzet van pleegzeugen niet zitten. Morsink vond een oplossing in een vorm van groepszogen: tachtig biggen bij vier zeugen.


De boer

Ronnie Morsink houdt in Sint Isidorushoeve (bij Haaksbergen, Overijssel) 400 zeugen. Hij schakelt momenteel geleidelijk over op Deense genetica. In drie jaar tijd steeg de productie van 27 naar 31 gespeende biggen per jaar.

 

Kraamafdelingen

De kraamafdelingen van Ronnie Morsink bestaan uit twee rijen van zes kraamhokken in kop-muur opstelling. De hokken zijn ruim bemeten, 250x200 centimeter. Dat komt mooi van pas vanaf de tweede week. Wanneer de biggen een dag of tien zijn, maakt Morsink achter in de afdeling namelijk één groot kraamhok voor vier zeugen. De wanden naar het voerpad gaan er uit en een klein schotje sluit het voerpad af. “Ik haal dan alle biggen bij twee of drie zeugen weg en verhuis ze naar het extra grote hok. Zo heb ik maximaal tachtig biggen bij vier zeugen.”

 

Groepshok kraamafdeling

 

De biggen kunnen bij iedere zeug terecht. “Het werkt goed, alle biggen vinden hun weg. Alleen het voerpad wordt vies, dat is een nadeeltje.” De twee of drie zeugen waarvan de biggen zijn overgeplaatst, krijgen op dat moment de zwaarste biggen uit de weekgroep van een week later. “Op zondag en maandag haal ik deze biggen weg, ze zijn dan een dag of drie.

Ik wil in de kraamstallen maximaal 13 of 14 biggen per zeug.” Deze manier om het groeiend aantal biggen een goede start te geven, bevalt Morsink goed. “Ik hou niet van pleegzeugen. Dat gaat mij te veel ten koste van de worpindex. Op deze manier blijven de zeugen allemaal in hun eigen cyclus. De biggen die ik terugleg worden wel iets jonger gespeend dan de andere, maar dat gaat goed omdat het de zwaarste biggen zijn.”

Aandacht voor biggen voeren

Morsink besteedt veel aandacht aan het voeren van de biggen. Drie of vier keer per dag vult hij de biggenkommen met het kant-en-klaar product Pigger Cream. In de centrale gang staat een grote doos met 250 kilo van het smakelijke vloeibare voer. Met een palletkar brengt Morsink de voorraad eenvoudig bij de juiste afdeling. Via een handig aftappunt is de gieter zo gevuld.

 

Gieter bijvullen

 

Biggen bijvoeren

 

Gecontroleerde toomgrootte

Vanaf tien dagen voor het spenen krijgen de biggen een biggenkorrel met dezelfde smaak en reuk. Hiervoor staat op het voerpad een witte voerbak. Met deze manier van werken lukt het Morsink de grootte van de toom onder controle te houden en de biggen voldoende te laten groeien. Het loopt het laatste jaar weer lekker in de kraamstal. In de eerste helft van 2017 had Morsink een toenemende last van kraamstaldiarree, als gevolg van een agressieve E. coli. “In zes maanden tijd liep dat uit de hand: rond tachtig procent van de tomen was besmet. Het probleem ontstond binnen twee dagen na de geboorte.

 

Voersysteem biggen

 

Naast dat de biggen een knauw krijgen, werkt het ook niet prettig.” Gek genoeg werden de zeugen al gevaccineerd tegen E. coli, maar dat vaccin bleek niet te werken tegen de aanwezige stam. De inzet van Entericolix® van Boehringer Ingelheim leverde wel het juiste resultaat.

Diarree aangepakt

Tot vorige zomer had Ronnie Morsink veel last van kraamstaldiarree. Van alle biggen die tot het spenen uitvielen, waren de darmproblemen (E. coli) in 12,8 procent van de gevallen de oorzaak. Sinds hij de zeugen vaccineert met Entericolix van Boehringer Ingelheim is deze uitval fors teruggedrongen. Het scheelt meer dan 250 biggen per jaar.

Minder darmproblemen

 

Tekst: Arend Waninge

Bron: varkens.nl juli/augustus 2018

 

Bekijk ook: