Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim .

Artikelen   |   1 feb 2016

Marco Oostenbrink uit Rheezerveen: eindelijk weer op orde

Een acute PRRS-uitbraak op zijn bedrijf, bracht Marco Oostenbrink uit Rheezerveen (OV) er in de zomer van vorig jaar toe om als een van de eerste Nederlandse bedrijven de nieuwe PRRS-vaccins van Boehringer Ingelheim te gebruiken. “Na een dik half jaar is alles eindelijk weer op orde.”


Om door een ringetje te halen. Het bedrijf van Marco Oostenbrink oogt super georganiseerd en opgeruimd. De gangen zijn schoon. Zelfs spinnenwebben zijn er amper te vinden. “Gewoon een kwestie van bijhouden”, vertelt de varkenshouder nuchter. Hij houdt er van om in een opgeruimde stal te werken.

 

Boer loopt door gangpad

 

Vindingrijk is hij ook. In de centrale gang valt het oog op een nieuwsgierig makende constructie van PVC-pijpen aan het plafond. Als Marco onverhoeds een kraan opendraait, blijkt het een douche te zijn. In de vloer zit een afvoergoot “Hier spoel ik het rekenpak af na het schoonmaken.” Eenvoudig en effectief.

Uitbraak

Ondanks dat hij dacht alles goed onder controle te hebben, werd Oostenbrink in het voorjaar van 2015 toch getroffen door een acute uitbraak van PRRS. “Geleidelijk aan zag ik steeds meer problemen. De ene toom was goed, de andere een drama.” Er kwamen iets meer terugkomers en vroeggeboorten en steeds meer slappe biggen. “Van die pieperige jongens die soms amper in staat waren het uier te bereiken.”

Het aantal dood geboren biggen steeg tot gemiddeld bijna twee per worp, Marco omschrijft ze als van die vieze biggen met een zwarte sluier. Het gemiddeld aantal levend geboren biggen per worp zakte ver terug naar 10,2. Door een actief euthanasiebeleid te hanteren, liep de uitval van de biggen op. Op het dieptepunt sneuvelden 26,3 % van de biggen tot het spenen.

Ook verderop in het bedrijf bleven de prestaties achter. Darmproblemen zorgden bij de gespeende biggen voor meer slijters en de uitval in de vleesvarkensstal kwam 1 tot 1,5 procentpunt hoger uit. Het waren dieren die pas op latere leeftijd lieten zien dat ze toch een tik van PRRS hadden meegekregen. “Doordat je al hoge uitval in de kraamstal hebt, ga je anders kijken. Je bent minder kritisch. Dan zie je later biggen waarvan je achteraf denkt dat je ze toch beter eerder in het kraamhok had kunnen laten euthaniseren.”

 

Gevlekte big

 

Verrassing

Bloedonderzoek liet geen twijfel bestaan over de oorzaak van de problemen: PRRS. Dat was een verrassing omdat Oostenbrink zijn zeugen al jaren trouw tegen PRRS vaccineerde. “Maar blijkbaar is dat nooit een volledige garantie. Aan de andere kant, hadden we niet geënt, dan was het misschien nog erger geweest.”

In overleg met dierenarts Johan Kamp van Dierenkliniek Hellendoorn schakelde Oostenbrink Boehringer Ingelheim in. Ze gingen aan de slag met het door het farmaceutische familiebedrijf ontwikkelde 5-Step Proces. Al vrij snel leidde een inventarisatie van de PRRS-status van het bedrijf tot de conclusie dat de status van de zeugen PRRS instabiel was, zeugen met veel verschillende stadia van PRRS-bescherming.

Eerste stap was om zo snel mogelijk alle zeugen een gelijke immuniteitsstatus te geven. Oostenbrink vaccineerde de hele zeugenstapel met het nieuwe zeugen PRRS-vaccin voor de voet weg. Alle 300 zeugen ineens enten, was voor Marco nieuw. “Dat doe ik nu vier keer per jaar. Het lukt binnen twee uur.”

 

Vaccineren van zeug

 

Hoe anders was het bij het oude 6-60 entschema, dat hij daarvoor altijd hanteerde. Iedere keer moest hij circa 25 zeugen via het voerstation uitselecteren. “In de praktijk mis je dan toch nog wel eens een zeug. Bijvoorbeeld omdat die net niet komt vreten of doordat terugkomers het schema in de war gooien.” Misschien ligt hier wel de oorzaak van de PRRS-uitbraak op het bedrijf. Maar daar wil Oostenbrink zich niet al te druk om maken. “Wij hebben geen energie gestoken in het vinden van de oorzaak. Het is de vraag of je die vindt en ik richt mij liever op de toekomst. Hoe voorkom ik zo goed mogelijk een nieuwe uitbraak.”

 

varkens in een hok

 

De gevolgen van de PRRS-uitbraak waren fors, toch staat de Overijsselsevarkenshouder redelijk nuchter in de situatie. “Dat moet je ook doen, anders heb je vooral jezelf te pakken. Het komt altijd wel weer goed.”

Werkwijze

De aanpak van Boehringer Ingelheim is er op gericht dat je insleep van het virus op het bedrijf zoveel mogelijk voorkomt (externe biosecurity), daarna zorgt voor een minimale blootstelling aan het virus (interne biosecurity) en vervolgens zorgt voor een maximale immuniteit (vaccinatiestrategie bepalen). Na de eerste zeugenvaccinatie is daarom ook goed gekeken naar de werkwijze op het bedrijf. De looplijnen waren al goed. Oostenbrink loopt altijd al van jong naar oud en nooit terug.

 

Zeug met biggen

 

Aanscherping van de biosecurity in de biggenstal leek niet nodig. Wel zitten alle diercategorieën op het bedrijf redelijk dicht bij elkaar. “Kraamstal en biggenstal zitten onder hetzelfde dak op circa tien meter van elkaar.” Dus werd besloten een extra ontsmettingsbak te gebruiken tussen de kraam- en de biggenstal. Wisselen van laarzen en overalls gebeurt er niet. “Wanneer we uit de vleesvarkensstal komen gaat de overall wel direct in de was. We gaan nooit met dezelfde kleding daarna weer door de biggen- of kraamstal.”

 

Laarzen ontsmetten

 

Omdat het PRRS-virus bij biggen een fijne schuilplaats kan vinden, werd besloten alle biggen ook te vaccineren. Oostenbrink doet dit op dag 20, net voor het spenen. De resultaten van het vaccineren lieten nog wel even op zich wachten. Marco verwachtte binnen een maand of vier, vijf wel verbetering te zien. Sinds januari heb ik het idee dat we er weer helemaal zijn.”

 

Big vaccineren

 

Dat de PRRS nu onder controle is, vertaalt zich onder andere in het weer op peil hebben van het aantal levend geboren levensvatbare biggen. Dat ligt nu weer op 14,9. In het voorjaar en de zomer van vorig jaar lag dit regelmatig rond de 13 biggen. Uitschieters naar boven de 14 waren in de zomer ook wel, maar dat ging dan wel gepaard met een uitval tot het spenen van dik 20%. “Het aantal levend geboren biggen is natuurlijk belangrijk, maar het gaat net zo goed om de kwaliteit.

Ik heb het gevoel dat de groei van de biggen en de vleesvarkens beter is dan voorheen, maar ik heb nog geen cijfers om dat te onderbouwen.”

 

Bron: beterBIG februari 2016

 

Bekijk ook: