Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim .

Artikelen   |   1 jul 2018

Tijdperk na Zinkoxide: totaal aanpak diarree cruciaal

In Nederland wordt het therapeutisch gebruik van zinkoxide direct gestaakt. Volgens Rutger Jansen van Boehringer Ingelheim betekent dat in de praktijk opnieuw een middel minder in de aanpak van speendiarree. “Het vraagt van varkenshouders nog meer vakmanschap om samen met dierenarts en voervoorlichter problemen met E. coli voor te blijven.”


Andere Europese lidstaten gebruiken de volledige 5 jaar die de Europese Unie toestaat in de afbouw van het gebruik van zinkoxide. Nederland gaat echter direct overstag door het therapeutisch gebruik van zinkoxide te staken. Rutger Jansen: “Tel daarbij op dat het antibioticagebruik nog verder omlaag moet en ook het gebruik van colistine steeds verder aan banden wordt gelegd. Dan is het probleem rond de aanpak van E. coli helder. Een succesvolle aanpak van dit darmprobleem vraagt altijd om een aanpak die verder gaat dan het draaien aan één knop. Samenwerken van meerdere disciplines is nodig om een oplossing op maat te vinden.”

Wat doet E. coli?

“E. coli is een bijzonder beestje. De groep bacteriën vindt je eigenlijk in iedere darm. Sommigen stammen maken echter bepaalde gifstoffen aan, die bijvoorbeeld de darm vol water laten lopen. Dan heb je diarree. Daarvoor moet de E.coli zich dan wel aan de darmcellen hechten. Dat gebeurt vooral bij beschadigde instabiele darmen. Sleutel in de aanpak van E. coli is dan ook om deze aanhechting te voorkomen.”

“Andere gifstoffen kunnen er voor zorgen dat bloedvaten zo lek als een mandje worden. Dat zorgt voor veel vrijstaand vocht: oedeem. Hersenen zwellen op, waardoor er bijvoorbeeld verlammingsverschijnselen kunnen optreden, vergelijkbaar met de hersenvliesontsteking door streptokokken.”

 

beterBIG juni 2018 zeugen met biggen in stal

 

Hoe richt E. coli schade aan?

”Bekijk de darm als een fabriek. Met de darmcellen als personeel. Zij werken het voer weg wat de lopende band aanvoert. Is er minder aanbod van voer, dan krijgen veel van deze darmcellen ontslag. Dat heeft wel tot gevolg dat wanneer een big weer meer gaat vreten er te weinig personeel aanwezig is. Daardoor blijft er aan het einde van de lopende band, in de dikke darm, te veel (minder verteerd) voer over. En dan is het feest voor de daar aanwezige bacteriën.

Zo lang ze te vreten hebben, het lekker vochtig en warm is, verdubbelt het aantal bacteriën iedere 20 minuten. Een chaotisch feestje dus. Een uitzendbureau voert dan wel jonge krachten aan, maar zij hebben geen fatsoenlijke inwerkperiode. Gevolg: een lekke darm, E. coli’s hechten zich aan de darmcellen, er ontstaat diarree en dat zorgt weer voor allerhande andere problemen.”

Wat is de rol van zinkoxide?

“Zink is onmisbaar voor tal van lichaamseigen processen, waaronder groei. Varkensvoer bevat altijd wel een beetje zinkoxide als ‘spoorelement’. Er is maar een klein beetje nodig, maar ontbreekt het, dan ontstaan er allerlei problemen. In hoge dosering helpt zink bij het genezen van huid en slijmvliezen. Denk bijvoorbeeld aan zinkcrème op tere babybilletjes. Een dikke laag erop en de huid is zo weer genezen. Waarschijnlijk heeft zink eenzelfde soort effect op de biggendarm, waardoor de E. coli problemen verdwijnen.

Gebruik van zinkoxide kan echter de opname van andere spoorelementen verdringen, wat weer kan leiden tot andere tekorten. Daarnaast komt veel zink in de mest terecht met alle bijbehorende milieuproblemen. Bovendien kan zinkoxide de ontwikkeling van resistente bacteriën stimuleren. Voldoende reden dus om kritisch te zijn op de inzet van zinkoxide. Varkens zijn zelf geen voorstander. Voer met veel zinkoxide vinden ze niet lekker, ze vreten er dus ook minder van.”

Wat is de kern van de juiste aanpak?

“Als een E. coli zich niet aan de darm kan vasthouden, is de helft van het probleem al opgelost. Daar spelen twee aspecten. Ten eerste de handvaten waaraan de E. coli zich vastgrijpt. Genetica speelt daarin een rol, al wordt daar nu niet op geselecteerd. Daarnaast kan het immuunsysteem de grijparmpjes van de E. coli bacteriën blokkeren. Diagnostiek naar welke E. coli stammen een rol spelen, kan hierbij helpen. Er zijn namelijk veel verschillende ‘grijparmpjes’. Door zeugen te vaccineren met Entericolix® bevat de biest meer juiste antistoffen tegen die grijparmpjes. Een goede biestopname is dan wel cruciaal. We moeten ons daarbij realiseren dat deze immuniteit afneemt bij het ouder worden van de biggen.”

Wat is de rol van het voermanagement?

“De aandacht bij een succesvolle aanpak moet liggen op het aan het werk houden van de darm-fabriek. Stimuleer daarom de voeropname na het spenen zodat er voldoende werkaanbod is. Een zeug stimuleert de biggen 26x per dag om te drinken. Hoe vaak gebeurt dat de dagen na spenen? Daarnaast moet het voer goed verteerbaar zijn. Grondstofkeuze is daarbij belangrijk, maar ook de maalfijnheid van de grondstoffen speelt een rol.

Extra vezels en structuur ondersteunt bovendien de maag in het aanzuren en zorgt voor een geleidelijke maaglediging en daarmee voor een betere vertering.”

 

Bron: beterBIG juli 2018

Tekst: Arend Waninge

 

Bekijk ook: