Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim .

Artikelen   |  31 jan 2019

FF E.coli voor dummies

Er is de laatste jaren wat veranderd met betrekking tot de diagnostiek op het vlak van coli. In uitslagen van een tiental jaar geleden werd nog veel gesproken over serotypen en kapsel antigenen. Met de snelle ontwikkeling en het steeds meer betaalbaar worden van de moleculaire technieken, zijn we langzaamaan steeds meer in staat te kijken in hoeverre de gevonden coli’s ook daadwerkelijk ziekte veroorzaken.


Veelal wordt daarbij een combinatie gemaakt van aanhechtingsfactoren (fimbriae) die coli’s bezitten en van gifstoffen (toxinen) die ze kunnen produceren. Met de fimbriae houden ze zich vast aan een darmcel en van de toxinen wordt de darmcel vervolgens ziek. Het afweersysteem is in staat deze twee mechanismen te blokkeren. Het afweersysteem maakt de antistoffen die de fimbriae blokkeren.

Je kan zo’n fimbriae voorstellen als een soort van grijperhandje waarmee de coli zich vast kan pakken aan de handvatten op de darmcel. Het immuunsysteem maakt vervolgens een spekgladde handschoen die precies om het handje van de coli heen past. En door die spekgladde handschoen is de coli niet meer in staat zich vast te houden aan een darmcel. De toxines kunnen daardoor niet meer aan de darmcel worden afgegeven en de big krijgt geen diarree. Daarnaast worden de gifstoffen op een soortgelijke wijze ook geneutraliseerd.

Als je biggen wilt beschermen tegen deze ziekmakende factoren, dan kan dit onder andere via vaccinatie van de zeugen. De zeug maakt de antistoffen aan en geeft deze via de biest door aan het nageslacht. Bij een goede overdracht zijn deze dan vier tot zes weken beschermd tegen de coli bacteriën. Daarbij gaat het er wel om dat tegen alle bekende handjes van de ziekmakende coli’s de aanhechting wordt geblokkeerd. De ene werkt namelijk niet tegen de andere. En dat zien we dan weer op de onderzoekuitslagen en in de vaccins terug. Hoe meer fimbriae er in de entstof zitten, hoe breder de bescherming van de pasgeboren en kwetsbare big.

Diarree is een veelvoorkomend probleem in de kraamstal

Het vaccin Entericolix® geeft daarbij de breedste bescherming van alle in Europa beschikbare vaccins. Met daarnaast nog de neutralisatie van de gifstoffen van Clostridium type C die een hele ernstige darmontsteking kunnen geven. Bijzondere telg onder de fimbriae is nummer 18, oftewel F18. De pasgeboren big heeft hier nog geen handvatten voor in de eerste week. Vanaf een dag of 10 beginnen deze handvatten te ontstaan in de biggendarm.

Afhankelijk van de geproduceerde toxinen veroorzaakt F18 diarree of oedeemziekte (veelal zonder diarree). Vaak wordt er vanaf een dag of 14 diarree gezien bij biggen waarvan vaak gedacht wordt dat dit coccidiose of vetdiarree is. Onze Duitse collega’s hebben in een grootschalig onderzoek aangetoond dat in een derde van deze gevallen F18 een rol speelt. Dit is dus met een eenvoudige zeugenvaccinatie te voorkomen, met ook de breedst beschikbare bescherming voor de pasgeboren big.

Waarom het risico op F18-problemen lopen als deze bescherming met Entericolix in een kant en klare oplossing kan worden gegeven? Overigens geeft onderkoeling ook meer en heftigere diarree bij verder gezonde biggen. Bij topsporters zie je wel een eenzelfde shockeffect. Denk nog maar eens aan Tom Dumoulin in de koninginnenrit van de Giro van 2017. Dat ga je met vaccinatie niet tegen.

 

Tekst: Rutger Jansen, varkensdierenarts bij Boehringer Ingelheim

 

Bekijk ook: